Het basisschooladvies bepaalt op welk niveau een leerling zich kan inschrijven voor het voortgezet onderwijs. Het grootste deel van de leerlingen krijgt een vmbo-advies (veertig procent). De helft van deze groep leerlingen gaat naar het vmbo-t (theoretisch) en de andere helft gaat naar de meer praktische opleidingen vmbo-k (kader) en vmbo-b (basis). Het vmbo duurt vier jaar. De meeste leerlingen stromen daarna door naar het mbo.
Kenmerken van leerwegen in het vmbo
Ga je na de basisschool naar het vmbo? Dan ben je waarschijnlijk benieuwd wat precies het verschil is tussen vmbo basis, kader en theoretisch. Hieronder lees je wat de voornaamste kenmerken zijn van de verschillende leerwegen.
Basisberoepsgerichte leerweg
leren door zelf te doen
combinatie van leren en werken
na het vmbo volgt een leerling in principe een korte beroepsopleiding niveau 2
eventueel doorstroom naar mbo niveau 3
Kaderberoepsgerichte leerweg
leren door vooral praktijkervaring opdoen
na het vmbo maakt een leerling in principe de overstap naar een beroepsopleiding niveau 3 of 4
eventueel na het mbo door naar het hbo of doorstroom tot associate degree
Gemengde leerweg
leren door veel theorie, maar ook door praktijkervaring op te doen
na het vmbo maakt een leerling de overstap naar een beroepsopleiding niveau 3 of 4
de mogelijkheid om na het vmbo door naar havo te gaan
via het havo of na het mbo naar het hbo
Theoretische leerweg
leren door veel theorie
na het vmbo in principe de overstap naar een beroepsopleiding niveau 3 of 4
de mogelijkheid om na het vmbo door naar havo te gaan
via het havo of na het mbo naar het hbo
Vmbo-t/havo
leren door veel theorie
na de brugperiode doorstroom naar vmbo of havo
via het havo doorstromen naar het vwo of gelijk naar het hbo
na het hbo of vwo eventueel beginnen met een universitaire opleiding
Leerweg niet definitief
In de eerste twee leerjaren van het vmbo volgen leerlingen een breed vakkenpakket, zodat zij een goede keuze voor een profiel kunnen maken (art. 2.14 lid 1 WVO 2020). De vakken zijn bovendien gericht op doorstroombevordering (art. 2.12 onder b WVO 2020). Tot het derde leerjaar is het dan ook gemakkelijker om op te stromen. Hiervoor gelden de regels van de school, die in de schoolgids staan. Vaak publiceren scholen de regels en normen ook op de website van de school.
Vanaf het derde leerjaar volgen leerlingen een profiel. Dit profiel kiezen zij zelf. Bij dit profiel hoort een speciaal vakkenpakket. Daarom is overstappen naar een ander niveau in het derde jaar meestal niet meer mogelijk.
Landelijk meeste leerlingen na basisschool naar vmbo
Het basisschooladvies bepaalt op welk niveau een leerling zich kan inschrijven voor het voortgezet onderwijs. Landelijk krijgen de meeste leerlingen een vmbo-advies: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
In schooljaar 2021-2022 ging het om ongeveer veertig procent van de bijna 630 duizend leerlingen. Van die veertig procent ging ongeveer de helft na de basisschool naar vmbo theoretisch en de andere helft naar het meer praktische vmbo basis en vmbo kader.
Ter vergelijk: zeventien procent van de leerlingen kreeg dat jaar een havo-advies, elf procent kreeg een dubbeladvies havo/vwo en negentien procent kreeg een vwo-advies.
In Amsterdam minder leerlingen na basisschool naar vmbo
De schooladviezen in Amsterdam wijken af van het landelijk gemiddelde. In schooljaar 2021-2022 kregen ongeveer achtduizend leerlingen een definitief basisschooladvies. 29 procent van hen kreeg een vwo-advies. Zeventien procent kreeg een dubbeladvies havo/vwo en dertien procent kreeg een havo-advies. Het aantal leerlingen met minimaal een havo-advies komt daarmee op 59 procent. Terwijl het landelijk gemiddelde op 47 procent ligt. 29 procent kreeg een vmbo-advies en elf procent een dubbeladvies vmbo-t/havo.
Schooladviezen Amsterdam | Schooladviezen Nederland | |
vmbo | 29 % | 40 % |
vmbo-t/havo | 11 % | 11 % |
havo | 13 % | 17 % |
havo/vwo | 17 % | 11 % |
vwo | 29 % | 19 % |
Bronnen Amsterdamse data: Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam.
Bronnen Nederlandse data: Trendbureau Drenthe.
Meisjes krijgen onterecht vaker een lager schooladvies dan jongens
Jongens krijgen vaker een hoger voorlopig schooladvies, terwijl meisjes juist iets hogere toetsadviezen krijgen. Dit blijkt uit een analyse van Dienst Uitvoering Onderwijs (Duo) uit 2025. Toch blijft het verschil in het definitieve schooladvies bestaan, omdat de school dit niet corrigeert ondanks de hogere toetsuitslagen van meisjes. Een deel van de meisjes corrigeert dit later zelf door in het derde jaar van het voortgezet onderwijs alsnog havo of vwo te volgen.
Uit de analyse blijkt bovendien dat jongens, bij gelijke kenmerken, 4,9 procentpunt meer kans hebben op een hoger advies dan meisjes. Dit adviesverschil is de afgelopen jaren verder gegroeid, vooral in groepen met lage taalvaardigheid, in minder stedelijke regio’s, op kleine scholen en bij leerlingen met een herkomst buiten Europa.